Heb jij last van rijangst?

De angst voor rijangst is alleen te doorbreken door toch te gaan rijden. Hoe meer kilometers je maakt en merkt dat het rijden goed gaat, hoe sterker de overtuiging wordt dat het ook de volgende keer goed gaat.

Rijangst cursus in Amsterdam volgen

Opnieuw leren autorijden. Veel mensen hebben last van rijangst wanneer ze in de auto zitten! De mate van de rijangst varieert sterk. Soms treedt je rijangst alleen maar op in zeer specifieke situaties, situaties die zich bijna nooit voordoen. Maar de rijangst kan ook zo heftig zijn, dat je halsstarrig weigert om nog de auto in te stappen. En dat terwijl autorijden in deze maatschappij eigenlijk een must is geworden. Over rijangst praat je niet zo makkelijk, veel mensen schamen zich hiervoor. Als het al tegen vrienden wordt verteld, is de reactie vaak “Daar heb jij toch geen last van, je bent zo zelfstandig?!” Als je echter geen auto meer durf te rijden, wordt je wereld ineens een stuk kleiner en wordt je afhankelijk van de hulp van anderen. En dat vindt niet iedereen prettig. Misschien ben je een van de vele miljoenen mensen in Nederland met een rijbewijs. Het kan ook zijn dat je nog op jacht bent naar het roze papiertje. Stap je wel of niet de auto in? Als autorijden rijangst bij je oproept, dan laat je dat wel uit je hoofd. Rijangst gaat vaak gepaard met lichamelijke reacties zoals gespannenheid, zweten, hartkloppingen. Er zijn zeven miljoen mensen met een rijbewijs: een half miljoen mensen rijdt (bijna) niet, een half miljoen rijdt wel, maar selectief. Ook dat is rijangst. De meest voorkomende vorm is de combinatie van routine gebrek en faalangst, met vermijdingsgedrag tot gevolg.

Soorten rijangst zijn:

  • Rijangst door paniekstoornis, vaak ook snelwegangst
  • Rijangst op kruispunten
  • Rijangst na beladen gebeurtenis
  • Rijangst t.g.v faalangst
  • Rijangst door vaardighedentekort
  • Rijangst als bijrijder
  • Rijangst als gevolg van andere stoornissen
  • Rijangst om te verdwalen

Het gevolg van rijangst

Als je voortdurend in zo’n situatie op de weg zit, gaat je het verkeer mijden. De auto wordt aan de kant gezet, je gaat niet meer naar je werk of zoekt een andere manier om er te komen, familie die ver weg woont, wordt niet meer bezocht. Op zo’n moment is professionele hulp nog het enige wat helpt, want het lichaam en de geest herstellen daar in de meeste gevallen niet meer op normale manieren van.

Erger en erger

De meeste mensen met rijangst gaan lastige verkeerssituaties uit de weg. Ze bedenken uitvluchten als: ‘Met de trein is goedkoper’, ‘Ik heb verkeerde hakken aan, rij jij?’ en ‘Ik heb vandaag geen zin in file’. Zo wordt de drempel om auto te rijden steeds hoger.
De angst kan zulke proporties aannemen dat zich paniekaanvallen gaan voordoen. Iemand met rijangst wil zo’n aanval te allen tijde voorkomen en durft daardoor op een gegeven moment helemaal niet de auto meer in. Deze angst voor rijangst maakt het allemaal nog erger.

Rijangst is een irreële angst

Rijangst is een angst voor iets dat er niet is, maar die wel heel ingrijpend is. Mensen met rijangst zijn vooral bang voor de dingen die er kunnen gebeuren, terwijl ze niet gebeuren. De angst heeft hen in een ijzeren tang. Die angst maakt dat ze in een vluchtpositie gaan. Dat geeft een veel snellere ademhaling, een stijgende hartslag, gespannen spieren.

Overweeg je een rijangst opfriscursus te volgen, er zijn vele vormen van rijangst, die allemaal even vervelend zijn. Op de pagina verschijnselen rijangst en aanpak vind je meer informatie over onze specifieke en persoonlijke aanpak bij de verschillende vormen van rijangst. De kosten voor rijangstbegeleiding vind je op de pagina tarieven.

Artikel over rijangst (Marie Claire juli 2013)

Marie Clair magazine - Rijangst artikel
Links van deze tekst zie je een flitsende foto van mij in een vintage auto. Waarschijnlijk denk je: wat sta je er weer goed op, walgelijk gewoon, maar iedereen die mij ook maar een beetje kent vindt nóg twee dingen vrij bijzonder (of eigenlijk schier onmogelijk) aan deze foto. 1. Ik zit op de plek waar je de auto ook daadwerkelijk dient te besturen. 2. Ik heb zo op het eerste oog geen afschuwelijke paniekaanval. Conclusie: de foto moet haast wel gephotoshopt zijn.

Punt is namelijk dat ik al een jaar of tien behoorlijke rijangst heb en dus liever geen auto bestuur. Waardoor ik me in de meest opmerkelijke bochten moet wringen om uberhaupt ergens te komen, of om niet zelf te hoeven rijden. Memorabel is de keer dat ik voor vriendin L. een verrassingsfeest organiseerde op locatie, maar de auto niet in durfde om haar op te halen. Uiteindelijk haalde ik haar lopend op en moest ze zichzelf naar haar eigen feest (surprise!) rijden. De absolute winnaar is echter de dag dat ik vond dat het maar eens afgelopen moest zijn met die angst, en dat ik heus in mijn eentje naar het strand kon rijden. Ik pakte mijn strandtas, liep naar onze parkeergarage, startte de auto en.. kwam met het bewuste vehicel klem te zitten in een opmerkelijke hoek van de garage. De paniek was onbeschrijfelijk, en tot overmaat van ramp besloot iets buiten mijzelf dat ik het gaspedaal gewoon maar héél hard moest indrukken. Het goede nieuws: ik kwam los, hoezee! Het slechte nieuws: mijn deur was compleet naar de filestijnen en.. ging met geen mogelijkheid meer open. De buurman heeft me met ERG grof geweld moeten bevrijden. Toen wist ik: dit is de druppel. Ik wil fijn kunnen autorijden, zonder angst. Bovenal wil ik mijn leven niet meer zo laten beperken. En dus is het tijd voor een rijangstcursus. De hamvraag: zou ik van mijn angst af kunnen komen?

Koudwatervrees

Na uitvoerig research kom ik uit bij Rijschool Overtoom, gespecialiseerd in rijangst-cursussen. De recensies zijn goed, de praktische benadering op de website spreekt me aan en dus vul ik met rode wangen het inschrijfformulier in. Ik heb nog niet op send gedrukt of de telefoon gaat: een vrouwenstem zegt me dat ik de week daarop al langs mag komen. Wow. Dat is fabuleus fantastisch! En afschuwelijk eng tegelijkertijd. En dus overweeg ik in de dagen erna – zoals een goed angstig mensch betaamd – om alles te cancelen. Zo waait en sneeuwt het momenteel, dus misschien moet ik wachten tot het zomer is? Maar dan wijst vriend L. me fijntjes op de horrorsituatie in de garage, waardoor ik op de bewuste dag parmantig koers zet naar de Overtoom. Op de fiets, that is. Gelukkig wordt mijn moed beloond. Voorin de zaak verkopen ze vintage interieurspul, er is een tijdschrift-fähige retrotafel getooid met bloemen en eigenaresses Belinda van Drosthagen en Carla de Kruijff zijn vrolijk en relaxt. Kortom: duizend keer beter dan die muffe rijscholen van vroeger. Maar belangrijker: ik vind een luisterend oor bij mensen die ruim dertig jaar ervaring hebben. We praten (of eigenlijk: ik oreer) over hoe ik mijn rijbewijs heb gehaald en het ontstaan van mijn angst. In een notendop: mijn eerste rijleraar hield het na vier lessen plotsklaps voor gezien en sprak daarbij de legendarische woorden: ‘We weten allebei dat het niet klikt.’ De tweede was heus aardig, maar smeerde me een snelpakket aan dat ehm, veel te snel ging. Na een heleboel extra lessen buiten het pakket om (een blamage vond ik toen) ben ik geslaagd, maar onzekerheid bleef my middle name. Daarin overigens licht gestimuleerd door de besmettelijke en erfelijke onzekerheid van mijn moeder, die haar rijbewijs uberhaupt nooit heeft durven halen. Anyway, ik reed amper, bouwde geen routine op, werd steeds angstiger, maakte daardoor steeds meer fouten en.. gaf uiteindelijk op. Belinda, mijn coach, stelt me gerust: ‘Van de zeven miljoen mensen met een rijbewijs hebben er een miljoen rijangst. Er zijn bovendien veel soorten. Je kunt angstig zijn geworden na een ongeluk, maar ook een depressie of angststoornis hebben. Naast een rijcoach heb je dan vaak ook ondersteunende therapie nodig. De meesten –zoals jij – hebben rijangst die voortkomt uit een combinatie van te weinig rijervaring, faalangst, soms een niet goed passende rijopleiding en een paar vervelende gebeurtenissen op de weg. Door die fouten groeit de angst, waardoor er een vicueuze circel ontstaat en je het rijden (soms) totaal gaat vermijden. Deze vorm van rijangst is goed met rijlessen van een rijangstcoach te behandelen.’

Busje komt zo

Hoera, er is hoop. Ik denk euforische dingen. Maar dan hoor ik dat we samen nu toch echt de auto ingaan. Sorry? Moet ik nu meteen al de Overtoom optuffen? Ik vraag ik me opeens ernstig af waarom ik in godsnaam niet in het idyllische Sint Pancras woon. Maar gelukkig; ze rijdt me eerst naar het Stadionplein, alwaar ik proefrondjes mag rijden. Er prijkt bovendien een L op mijn dak wat al snel geen overbodige luxe blijkt, want de koppeling blijkt niet bepaald mijn beste vriend en de auto schokt flink. Schakelen is ook al ages ago, zodat ik meer dan eens woest een bocht ‘doorschiet’. Er gaat van alles door mijn hoofd, maar centraal staat het woordje LOSER. Maar gelukkig blijft een venijnig oordeel uit. Sterker, ik krijg uitgebreid uitleg over hoe een koppeling werkt en ik leer dat dit hét instrument is waarmee je de auto kunt beheersen. Wat op zich gunstig is, want ik heb altijd het gevoel dat de automij rijdt in plaats van andersom. Het begrijpen van de werking van de auto maakt me rustiger en ik realiseer me dat het heus gewoon een machine is met een gebruiksaanwijzing – en geen oncontroleerbaar buitenaards wezen. Maar dan komt er (als ik ‘fictief’ sta ingeparkeerd) een wintersportbus op ons af. Ter grootte van het kaliber: no words. Ik kerm ‘wat nú?’ maar Belinda blijft uiterst kalm: ‘Hoezo wat nu? Je hoeft niks te doen, jij staat hier al. De buschauffeur heeft je gezien. Het is belangrijk dat je je plek op de weg leert opeisen en je niet laat leiden door onzekerheid. Dat maakt angstig. Maar daar gaan we aan werken.’

Punten scoren

‘Och meiske, een rijangstcursus? Is dat een soort pufcursus, maar dan voor in de auto ofzo?’ Een greep uit de tikje honende opmerkingen als mensen horen waar ik mee bezig ben. Think again bitchez: het is een serieuze zaak. Je volgt stevige opfrislessen waarbij tegelijkertijd op een professionele manier gelet wordt op je angstgedachten- en gevoelens. Zo geef ik tijdens de les vaak cijfers. Neen, niet voor passerende auto’s, kleren of zonnebrillen, maar voor de zenuwen. Het cijfer 10 betekent dat je in totale paniek verkeert en geen leerstof meer kan opnemen, en een 1 betekent dat je relaxt bent. Verder volg ik dubbele lesuren: het is bekend dat de angst na een tijdje rijden wat wegzakt. Op die manier sluit je de rijervaring positief af, waardoor je de hersenen ‘reset’ en je steeds minder opziet tegen de volgende keer. Er blijkt in deze uren bovendien genoeg opfriswerk aan de winkel, zo moet ik flink sleutelen aan het ‘bewust waarnemen’. Ik kijk niet goed vooruit of ben afgeleid (wtf, kijk die geweldige Mulberry-advertentie langs de weg), waardoor ik meerdere malen compleet wordt verrast door verkeerssituaties. Zo raas ik met een rotgang over een stel ‘totááál onverwachte’ drempels en zie ik pas op het laatste moment een fietser met bakfiets vol kinderen. Nou mensen, daar kun je inderdaad behoorlijk angstig van worden. Wat goed vooruitkijken dus tot een van mijn sleutels tot succes maakt. Belinda ziet bovendien ook positieve kanten aan het voorval: ‘Uiteindelijk zág je haar wel en ben je gestopt, er is niemand in gevaar geweest. Bovendien ging de rest van de les prima. Leg daarom niet alle nadruk op wat er verkeerd is gegaan. Sluit het af, laat het achter je en concentreer je op je rit: anders ga je ‘stapelen’.’ En dat stapelen, daar ben ik goed in. Ik heb al mijn negatieve ervaringen van de afgelopen jaren op elkaar gestapeld en ik kan je zeggen: Grote Berg. Vooral om achter je aan te slepen. Het raakt bovendien aan nog een andere leerpunt: het is tijd te aanvaarden dat ik een beginnend bestuurder ben. Een fout maken is een leermoment, geen schaamte- of paniekmoment.

Uppers & Downers

En toch, na een week of vijf begint de cursus zijn tol te eisen. Het ‘nieuwtje’ is er af, het is gewoon véél, het is hard werken, ik moet mezelf steeds opnieuw uitdagen. Zo moet ik op een goed moment de auto inparkeren in een vrij drukke straat, terwijl er een auto staat te wachten die er langs wil. Nou: álles in mij ging toen heus liever ergens een glas wijn (of drie) drinkenDe grote ommekeer komt echter als ik de opdracht krijg zelfstandig vanuit hartje Amsterdam naar een restaurant in Haarlem te rijden. Wat schetst mijn verbazing? Ik ben niet op van de zenuwen, maak weliswaar een paar foutjes, maar die los ik zelf op. Het is alsof er een knop omgaat: het vertrouwen en de euforie geven me een boost, maken zelfs dat ik autorijden langzamerhand steeds leuker begin te vinden. De lessen daarna zijn daardoor voornamelijk een kwestie van finetunen, en dus volgt na 8 weken rijden pardoes het bericht dat we de cursus gaan afbouwen. Met als finale een rijles in mijn eigen auto: het is zelfs de bedoeling dat ik daarna alleen naar huis rijdt. Waardoor er toch weer een lichte angst opdoemt: we hebben een Golf uit 1989 zonder stuurbekrachtiging. Oh em gee. Maar dan wijst Carla – de andere eigenaresse – me op een denkfout. ‘Iedere auto is in wezen hetzelfde. Wanneer je in de ene auto kunt rijden, kun je dat ook in de andere. En nog iets: je zult in de toekomst vast nog wel eens situaties tegenkomen waardoor je wat angst betreft weer even op een 6 of 7 zit. Houd het klein en wéét dat het erbij hoort, het duurt nog een maand of acht tot je zonder angst rijdt. En blijf tochtjes maken, anders krijgt je angst weer de overhand.’

Een week later is het zover: ik rijd na mijn laatste les alleen terug naar huis. Zonder horten en stoten (oké, een paar) en met een master van een smile. Wie had dat ooit kunnen denken? Als klap op de vuurpijl rijd ik in de weken daarna vrolijk in m’n up naar Arnhem én neem ik plaats achter het stuur van een witte vintage Kever. Waardoor ik hier een lang verhaal kort kan samenvatten: aan bijgaande foto’s is dus niks geshopt. Aan de auto niet, aan mijn hoofd niet, aan mijn smile niet, aan niks niet. Ik vind het namelijk tegenwoordig leuk om auto te rijden.

Redacteur Renske Hoff

Rijangst, de ins & outs

Psycholoog Jan van den Berg:

Rijangst is een begrip zoals hoogtevrees. Iedereen kan wel eens een keertje bang zijn, maar soms blijft het niet bij een ‘keer’ en ontstaat er echt paniek. Dan kan men het rijden gaan vermijden.

  • Angst hoeft niet altijd direct begrepen te worden: sommige mensen zijn bang voor spinnen, maar dat kun je ook niet altijd verklaren. Bovendien kan angst besmettelijk zijn, vooral van ouder op kind.
  • Er zijn zeven miljoen mensen met een rijbewijs: een half miljoen mensen rijdt (bijna) niet, een half miljoen rijdt wel, maar selectief. Ook dat is rijangst
  • Er zijn véle vormen: paniekaanvallen op de snelweg of kruispunten, bijrijdersangst, angst na een verkeersongeluk, ouderdomsonzekerheden, etc.
  • De meest voorkomende vorm is de combinatie van routinegebrek en faalangst: mensen kunnen zich na het halen van het rijbewijs niet goed ‘invechten’ in het verkeer. De routinefase ontwikkelt zich niet goed, dan kan faalangst de overhand krijgen, met vermijdingsgedrag tot gevolg
  • Vrouwen hebben een grotere kans angstklachten te ontwikkelen: ze kunnen beter informatie verwerken, maar zijn daardoor ook vatbaarder voor sferen en angsten.